Vragen bij geweldloosheid

In reactie op mijn vorige post kwamen wat vragen en opmerkingen naar boven. Vragen die vaak gesteld worden als het gaat over geweldloosheid. Ik ben zelf nog maar aan het begin van een zoektocht naar wat geweldloos verzet in deze tijd betekent, maar ik wil toch even op de vragen in gaan. Dit was de reactie die ik kreeg via Facebook:

Ja, ik kan je een heel eind volgen. Toch ben ik blij dat de geallieerden ons land hebben bevrijd, ook al kostte dat bloed. De overheid heeft ook het zwaard gekregen om haar volk te beschermen. Dat zie je ook in het OT (Oude Testament, het eerste deel van de bijbel, MvW). En mannen zijn ook niet voor niets beschermers van hun gezin. Ik denk niet dat God verwacht dat als iemand je gezin aanvalt, je hem z’n gang laat gaan. Maar de grens tussen geweld en geweld is dun.

‘Toch ben ik blij dat de geallieerden ons land hebben bevrijd…’

Deze opmerking zet het nadenken over geweldloosheid meteen in een bepaald perspectief. En dat is het perspectief dat de meeste Nederlanders (Europeanen?) van onze tijd nog steeds hebben: In Nederland (Europa) hebben we onze vrijheid te danken aan de bevrijding van de overheersing van Nazi-Duitsland door de geallieerde strijdkrachten. En ja, dat ging niet zonder bloedvergieten. Sterker nog, het ging gepaard met vrij ernstige oorlogsmisdaden, zoals het platbombarderen van Duitse steden. Maar daar mag (wil) je niet over nadenken. Wij hebben onze vrijheid daar tenslotte aan te danken. Ook onze eigen grootouders en mensen van hun generatie hebben een rol gespeeld in de verdediging en bevrijding van ons land. In de oorlog was je ‘goed’ of ‘fout’. Dan is het heel moeilijk om achteraf kritisch te zijn op de mensen die ‘goed’ waren.

Ik kan deze redenering helemaal volgen. En ik ben ook blij dat Nederland in 1945 bevrijd is. Maar dit perspectief maakt onbevooroordeeld nadenken over geweldloosheid haast onmogelijk. Het is bijna een taboe. Ik denk dat we het moeten omdraaien. Eerst eerlijk kijken naar wat we uit de bijbel kunnen leren over geweld en geweldloosheid en de betekenis van vrede en vrijheid en dan door die bril kijken naar het heden en het verleden. We hebben een nieuw perspectief nodig: dat van het Koninkrijk van God. Vanuit dat perspectief kunnen we bepalen of en wanneer we als volgelingen van Jezus geweld mogen gebruiken, of de inzet van geweld in ‘vredesmissies’ kunnen steunen.

‘De overheid heeft het zwaard gekregen om haar volk te beschermen.’

Deze uitspraak komt uit de brief van Paulus aan de Romeinen, hoofdstuk 13. Een tekst die vaak aangehaald word om het gebruik van geweld door overheden te legitimeren. Maar is deze tekst wel zo bedoeld? En wat staat er precies?

Iedereen moet het gezag van de overheid erkennen, want er is geen gezag dat niet van God komt; ook het huidige gezag is door God ingesteld. 2 Wie zich tegen dit gezag verzet, verzet zich dus tegen een instelling van God, en wie dat doet roept over zichzelf zijn veroordeling af. 3 Wie doet wat goed is heeft van de gezagsdragers niets te vrezen, alleen wie doet wat slecht is. U wilt niets van de overheid te vrezen hebben? Doe dan wat goed is en ze zal u prijzen, 4 want ze staat in dienst van God en is er voor uw welzijn. Maar wanneer u doet wat slecht is, kunt u haar beter vrezen: ze voert het zwaard niet voor niets, want ze staat in dienst van God, en door hem die het slechte doet zijn verdiende straf te geven, toont ze Gods toorn. 5 U moet haar gezag dus erkennen, en niet alleen uit angst voor Gods toorn, maar ook omwille van uw geweten. 6 Daarom betaalt u ook belasting en staat wie belasting int in dienst van God. 7 Geef iedereen wat hem toekomt: belasting aan wie u belasting verschuldigd bent, accijns aan wie u accijns verschuldigd bent, ontzag aan wie ontzag toekomt, eerbied aan wie eerbied toekomt. (Rom 13:1-7)

Wat deze tekst volgens mij vooral zegt is ‘Erken het gezag van de overheid’. Daar begint het mee in vers 1. Vervolgens worden er een aantal redenen gegeven waarom we het gezag van de overheid moeten erkennen, en dan wordt het weer herhaald: ‘U moet haar gezag dus erkennen’ (vers 5). Tegen wie wordt dit eigenlijk gezegd? De brief is geschreven ‘Aan allen in Rome, geliefden van God, geroepen om zijn heiligen te zijn.’ (Rom 1:7) Christenen in Rome in de eerste eeuw dus. In die tijd was het gevaarlijk om te zeggen dat je alleen Jezus als koning erkende, want Caesar was de enige koning en werd vereerd als een god. Hij werd zelfs zoon van God genoemd! Toch roept Paulus deze mensen op het gezag van die overheid te erkennen. Een overheid die christenen liet vervolgen en nog nooit van vrijheid van meningsuiting had gehoord. Want ondanks alles is ook zo’n overheid ingesteld door God (vs 1-2) en ‘is er voor uw welzijn’ (vs. 4). God gebruikt overheden blijkbaar om toch iets van recht en gerechtigheid te handhaven in een land. Christenen werden opgeroepen zich daar niet tegen te verzetten. Het was (en is) blijkbaar niet de bedoeling dat de volgelingen van Jezus een politieke revolutie beginnen.

Het gaat hier over ‘gezagsdragers’ en ‘de overheid’, die ‘het zwaard voeren’ om mensen te straffen die slecht doen. Dat klinkt meer als een binnenlands rechtssysteem dan een oorlogsvoerende natie. En waar in die tijd werd gestraft met het zwaard (door de Romeinse overheid), gebeurt dat nu met gevangenisstraf en geldboetes. Dat is de rol van de overheid, en daar moeten we ons aan onderwerpen (zelfgekozen onderwerping, in allerlei situaties, is een terugkerend thema in het Nieuwe Testament, en behoort tot de kern van het volgen van Jezus).

Deze tekst uit Romeinen 13 volgt overigens direct op de tekst uit Romeinen 12 die ik in mijn vorige post aanhaalde. Romeinen 12 begint als volgt:

Broeders en zusters, met een beroep op Gods barmhartigheid vraag ik u om uzelf als een levend, heilig en God welgevallig offer in zijn dienst te stellen, want dat is de ware eredienst voor u. 2 U moet uzelf niet aanpassen aan deze wereld, maar veranderen door uw gezindheid te vernieuwen, om zo te ontdekken wat God van u wil en wat goed, volmaakt en hem welgevallig is. (Rom 12:1-2)

En dan volgen er een heleboel aanwijzingen over hoe zo’n manier van leven er dan uitziet. Dat gaat door in Romeinen 13. Deze twee hoofdstukken horen bij elkaar; ze schetsen het ‘andere’ leven dat christenen moeten leiden. Hoofdstuk 12 eindigt zo (lees hier het hele hoofdstuk):

17 Vergeld geen kwaad met kwaad, maar probeer voor alle mensen het goede te doen. 18 Stel, voor zover het in uw macht ligt, alles in het werk om met alle mensen in vrede te leven. 19 Neem geen wraak, geliefde broeders en zusters, maar laat God uw wreker zijn, want er staat geschreven dat de Heer zegt: ‘Het is aan mij om wraak te nemen, ik zal vergelden.’ 20 Maar ‘als uw vijand honger heeft, geef hem dan te eten, als hij dorst heeft, geef hem dan te drinken. Dan stapelt u gloeiende kolen op zijn hoofd’. 21 Laat u niet overwinnen door het kwade, maar overwin het kwade door het goede. (Rom 12:17-21)

We worden dus opgeroepen om onze vijanden lief te hebben en geen wraak te nemen. Dat kunnen we aan God overlaten. En hij gebruikt daar soms overheden voor, die mensen onder hun gezag straffen vanwege hun slechte daden. Maar als onze overheid besluit om vijanden van ons land (of van andere landen) aan te vallen, of om ons land te verdedigen tegen vijanden, kun je daar als christen dan wel achter staan? Gaat dat niet in tegen vijand-liefde? En als je wordt opgeroepen om mee te vechten, moet je dan gehoorzamen? We moeten het gezag van de overheid erkennen, maar er is een grens. Als wat de overheid van ons wil ingaat tegen de wil van God, dan mogen (moeten!) we burgelijke ongehoorzaamheid tonen. Dat gebeurde kort na de dood van Jezus al, toen het Petrus en de andere apostelen verboden werd nog over Jezus en zijn opstanding te spreken:

27 [De tempelwachters] namen de apostelen mee en leidden hen voor het Sanhedrin [de religieuze rechtbank]. De hogepriester begon het verhoor met de vraag: 28 ‘Hebben wij u niet nadrukkelijk verboden de naam van Jezus nog te gebruiken en onderricht over hem te geven? En toch verspreidt u uw leer in heel Jeruzalem en stelt u ons aansprakelijk voor de dood van deze man.’ 29 Petrus en de andere apostelen antwoordden: ‘Men moet God meer gehoorzamen dan de mensen’. (Handelingen 5:27-29)

Lees meer over de uitleg van Romeinen 13 in ‘Fight – A Christian Case for Nonviolence’ van Preston Sprinkle, p.166-170

Volgende keer zal ik ingaan op geweld in het Oude Testament en de bescherming van je gezin tegen aanvallers.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: